Gemeenten blijven verplicht Bed-Bad-Brood te verstrekken - Nieuws

Gemeenten blijven verplicht Bed-Bad-Brood te verstrekken


09 oktober 2015
Bij het LOGO-secretariaat zijn meerdere vragen binnengekomen over de duur van de geldigheid van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2014. In deze uitspraak werd door middel van een voorlopige voorziening de gemeente Amsterdam verplicht tot het instellen van een Bed-Bad-Brood opvanglocatie. De CRvB vermeldde in de uitspraak eveneens dat gedurende een periode van twee maanden nadat het Comité van ministers van de Raad van Europa een standpunt zou hebben ingenomen over de ECSR uitspraak. Deze periode van twee maanden is op 15 juni 2015 afgelopen.


In tegenstelling tot de gedachte dat dit betekent dat de uitspraak van de CRvB na twee maanden zijn geldigheid zou hebben verloren wordt er op geen enkele wijze ingegaan op de geldigheidsduur van deze uitspraak. Wat de Centrale Raad aangeeft is dat het in de periode van twee maanden, dus tot 15 juni 2015, na bekendmaking van het standpunt van het Comité zinloos is om te procederen. In deze periode wordt geen andere uitspraak gedaan maar wordt aangesloten bij de in deze uitspraak neergelegde praktijk. Kernwoord hierbij is proceseconomie. Na deze periode stelt de Centrale Raad zich hiermee weer open voor eventueel andersluidende uitspraken, maar op geen enkele manier houdt dit in dat na de periode van twee maanden per definitie een koerswijziging van 180 graden wordt geïmplementeerd.

De onjuistheid wordt verder onderstreept door een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, nevenzittingsplaats Haarlem :

Rechtbank Den Haag, Zittingsplaats Haarlem, 8 september 2015:

4.2.4 … Voorts verwijst de rechtbank naar de onder 4 genoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van de CRvB van 17 december 2014, waarin het mogelijke belang van de beslissing van het ECSR voor de rechtsvinding in het licht van de toepassing van onder meer artikel 8 EVRM is genoemd.

4.2.7 Nu het ECSR voorts in voormelde beslissing heeft geoordeeld dat de Staat geen voorwaarden mag stellen aan de toegang tot onderdak, eten en kleding en dat het ECSR daarin ook nadrukkelijk de door verweerder genoemde mogelijkheid van het opleggen van een maatregel op grond van artikel 56 Vw heeft betrokken, is de rechtbank van oordeel, mede gelet op het vrijheidsbeperkende karakter van die maatregel en de daaraan verbonden voorwaarde dat de vreemdeling dient te werken aan zijn vertrek uit Nederland, dat verweerder ter voldoening van haar jegens eiseres bestaande verdragsverplichtingen niet heeft kunnen volstaan met verwijzing naar de VBL te Ter Apel. De beroepsgrond slaagt.

4.2.8 De resolutie van het Comité van Ministers van 15 april 2015, waarnaar door verweerder in beroep is verwezen en die door de rechtbank wordt aangemerkt als een nadere onderbouwing van het in het bestreden besluit door verweerder ingenomen standpunt, doet niet af aan het onder rechtsoverweging 4.2.5 en 4.2.7 gegeven oordeel van de rechtbank

Hiernaast heeft de rechtbank Noord-Nederland geoordeeld over een verzoek om Bed-Bad-Brood van een asielzoeker die in Leeuwarden verblijft. Bij uitspraak in voorlopige voorziening van 20 februari 2015 werd de gemeente Leeuwarden al door de rechtbank verplicht om (tijdelijk) in Bed-Bad-Brood te voorzien. In de huidige uitspraak in de bodemprocedure bevestigt de rechtbank dat gemeenten verplicht zijn te voorzien in Bed-Bad-Brood ten aanzien dakloze vreemdelingen. Deze uitspraak sluit aan bij de uitspraak van Rechtbank Haarlem van 8 september jl. die ook al tot dezelfde conclusie kwam; gemeenten zijn verplicht om Bed-Bad-Brood te verstrekken aan dakloze vreemdelingen.

Belangrijk is ook dat het verweer van de gemeente Leeuwarden (zowel in de voorlopige voorzieningsprocedure als in de bodemprocedure) dat betrokkene mogelijk terecht zou kunnen in de Vrijheidsbeperkende locatie (Vbl) in Ter Apel  en er daarom sprake is van een ‘voorliggende voorziening’, door de rechtbank (in beide procedures) is verworpen.

Ook andere rechtbanken hebben uitgesproken dat het Vbl geen voorliggende voorziening is omdat aan de opvang in het Vbl voorwaarden verbonden zijn zoals dat men moet meewerken aan het vertrek. Hiernaast gelden er vrijheidsbeperkende maatregelen ten aanzien van deze opvang. In de uitspraak van het ECSR staat echter expliciet dat men deze voorwaarden niet aan een Bed-Bad-Brood - voorziening mag verbinden. De rechtbanken volgen hierin dus het ECSR.

Meer informatie:

Terug