EU-Hof: hoger beroep hoeft geen schorsende werking te hebben - Nieuws

EU-Hof: hoger beroep hoeft geen schorsende werking te hebben


10 oktober 2018
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft onlangs uitgesproken dat het hoger beroep in asielzaken niet automatisch schorsende werking hoeft te hebben. Dit kan leiden tot meer asielzoekers die al tijdens de hoger beroepsfase op straat worden gezet.


Dit arrest van het EU-Hof van Justitie d.d. 26 september 2018 is het antwoord op zogenaamde prejudiciële vragen van de Nederlandse Raad van State. Dat aan een hoger beroep niet standaard schorsende werking hoeft te worden toegekend betekent dat de rechtsgevolgen van een (voor de asielzoeker) negatieve beschikking al intreden tijdens de hoger beroepsfase. Eén van die rechtsgevolgen is dat de opvang bij het COA kan worden beëindigd. Kortom, al tijdens de hoger beroepsfase van de asielprocedure kan een asielzoeker zonder voorzieningen op straat belanden. Dat kan ook al tijdens een eerste asielprocedure, als er dus in het geheel nog geen sprake is van een 'uitgeprocedeerde' asielzoeker; er is dan immers nog niet eens een finale beslissing op het eerste asielverzoek genomen.

Het afgelopen jaar kende de Raad van State juist vaker schorsende werking toe aan het hoger beroep, omdat de vraag of het hoger beroep schorsende werking moest hebben, het onderwerp was waarover het EU-Hof van Justitie zich beraadde. De Raad van State zal vanaf nu naar verwachting dan ook weer minder vaak schorsende werking toekennen aan het hoger beroep.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'de Afdeling') had haar jurisprudentie in een uitspraak van 20 december 2016 overigens al ingrijpend gewijzigd, door aan te geven dat zij vaker schorsende werking toe zou kennen aan het hoger beroep omdat rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) hiertoe noopte. Het EHRM had namelijk o.a. in een uitspraak van 5 juli 2016 al aangegeven dat het hoger beroep bij de Afdeling in asielzaken, waarin een zogenoemde 'arguable claim ' over artikel 3 van het EVRM aan de orde is, geen effectief rechtsmiddel is, omdat in de Nederlandse wet niet is geregeld dat het instellen van hoger beroep bij de Afdeling in asielzaken automatisch schorsende werking heeft. Dit betekent dat een vreemdeling de behandeling van zijn hoger beroep in principe niet in Nederland mag afwachten en mag worden uitgezet naar zijn land van herkomst. Het EHRM oordeelde dat een vreemdeling daarom niet eerst hoger beroep bij de Afdeling hoeft in te stellen, voordat hij zich tot het EHRM kan wenden. Normaal gesproken moeten eerst alle nationale rechtsmiddelen (lees: beroepsmogelijkheden) zijn uitgeput, voor het EHRM bereid is een zaak in behandeling te nemen.

De Raad van State heeft n.a.v. deze uitspraak van 20 december 2016 notabene zelf een persbericht gepubliceerd waarin zij o.a. aangeeft dat het aan de wetgever is om schorsende werking toe te kennen aan het hoger beroep, maar dat zij haar jurisprudentie zoveel mogelijk in lijn zal brengen met de jurisprudentie van het EHRM. Kortom, het EHRM ziet het hoger beroep niet als een effectief rechtsmiddel en de Raad van State kent daarom vanaf december 2016 schorsende werking toe aan het hoger beroep als het gaat om een ‘arguable claim ’ (wat in veel asielzaken het geval is) zolang de wetgever zelf niet standaard schorsende werking aan het hoger beroep toekent. Dit betekent wel dat advocaten in asielzaken elke keer weer bij het hoger beroep apart een verzoek om een voorlopige voorziening zullen moeten indienen om die schorsende werking af te dwingen, en dat de Afdeling daar elke keer weer apart naar moet kijken.

Al deze extra procedures zouden voorkomen kunnen worden als automatisch schorsende werking aan het hoger beroep zou worden toegekend. Daarnaast voorkom je dan dat asielzoekers die nog wachten op een uitspraak in hoger beroep zonder opvang komen te zitten. Uitzetting naar het land van herkomst zolang er nog geen uitspraak is op het hoger beroep vindt namelijk zeer zelden plaats. Immers, als het hoger beroep van de asielzoeker gegrond zou worden verklaard, zou de IND gedwongen zijn om betrokkene alsnog uit het land van herkomst terug naar Nederland te halen. Deze groep asielzoekers wordt dus niet uitgezet, maar wel ontruimd uit een AZC naar de straat gedurende het hoger beroep, zolang dat nog geen schorsende werking heeft.

Meer informatie:
De volledige uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie d.d. 26 september 2018 met zaaknummer C-175/17 (download pdf-bestand, 10 pag's Nederlandstalig)
Het persbericht van de Raad van State d.d. 20 december 2016 (link naar de website)

Terug