Ernstig zieke asielzoeker heeft volgens RvS toch geen recht op opvang - Nieuws

Ernstig zieke asielzoeker heeft volgens RvS toch geen recht op opvang


31 maart 2014
Een asielzoeker met ernstige lichamelijke en psychische klachten heeft toch geen recht op opvang, want er is geen acute medische noodsituatie als hij op straat verblijft en hij houdt wel recht op medisch noodzakelijke zorg. Deze trieste uitspraak deed de Raad van State op 20 februari jl.


De asielzoeker lijdt aan een waslijst van aandoeningen en kwalen, waaronder hepatitis B, HIV, nierfalen en een psychotische stoornis. Hij had daarom het COA in september 2011 om opvang gevraagd. De afwijzing van het COA is door de Rechtbank vernietigd, maar het COA heeft daarna het opvangverzoek opnieuw afgewezen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 februari 2014 het beroepschrift hiertegen afgewezen.

De RvS neemt het standpunt van het COA over “dat uit de door de vreemdeling overgelegde medische informatie niet kan worden afgeleid dat ten aanzien van hem sprake is van een acute medische noodsituatie.” En het COA kan alleen dán tot opvang worden gedwongen onder de Regeling Verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005). Letterlijk overweegt de RvS:
Uit die stukken [het uitgebreide medische dossier van het AMC e.a.] volgt evenwel niet dat zich zonder opvang een acute medische noodsituatie zal voordoen. De vreemdeling heeft immers ook buiten de opvang aanspraak op medisch noodzakelijke zorg, terwijl niet in de stukken staat dat behandeling voor zijn medische klachten zonder opvang niet mogelijk zal zijn. Mede gelet op het onder 6.3 en 6.4 overwogene kan de vreemdeling aan artikelen 3 en 8 van het EVRM geen recht op opvang ontlenen.”

Met andere woorden: deze ernstig zieke vreemdeling kan vanaf zijn slaapplaats onder het viaduct of zijn bankje in het openbaar plantsoen ook wel naar de apotheek om zijn medicijnen (tegen betaling van € 5 per receptregel) op te halen. En kennelijk moeten artsen in hun medische rapportageexpliciet opschrijven dat opvang medisch noodzakelijk is, voordat de Raad van State tot de conclusie wil komen dat opvang geïndiceerd is.


Meer informatie:
De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 20 februari 2014 (zaaknr 201207356/1, 3 pag's)

Terug